divider

Dementie en een gelukkig huwelijk?

“Het is toch verschrikkelijk dat een gelukkig huwelijk na 57 jaar zo moet eindigen, dat je elkaar zo kwijt raakt”, zei hij met tranen in zijn ogen. Ik krijg van dit soort gesprekken altijd opnieuw een brok in mijn keel. Ik run regelmatig een Alzheimer Café en dan ervaar ik weer hoe zwaar mantelzorgers het hebben.

Het nieuwe seizoen van ‘mijn’ Alzheimer Café Houten is weer begonnen; elke tweede maandag van de maand. Ik ben daar al jaren kroegbaas en na de zomerstop is het echt fijn elkaar weer te zien. ‘Mijn’ vaste vrijwilligers die zich met passie inzetten, de dames achter de bar, die al vanaf het begin van de oprichting van het café (2005) elke keer weer trouw komen. Ze worden opgehaald door een van ons, want reizen in de avond dat willen ze niet meer.

En ik vind het ook fijn de vaste stamgasten weer te zien. Het is een vast groepje, waarvan soms de partner nog in leven is, maar die dementie heeft en waar zo’n avond te druk voor is geworden. Bij anderen is de partner al enige tijd overleden. Het blijft een ontmoetingsplek om steun bij elkaar te zoeken, weer even bij te praten en herkenning te vinden. Precies waar het café voor is bedoeld.

Iedere bezoeker heeft een eigen verhaal

Vanavond is het onderwerp ‘wat is dementie’? Hier komen vaak mensen op af die nog niet zo lang geconfronteerd zijn met dementie. Dat betekent dat ze of zelf de diagnose hebben gekregen, of hun echtgenoot, moeder, zus... Er zijn opvallend veel nieuwe mensen die ieder hun eigen verhaal hebben. Zoals de mijnheer met het gelukkige huwelijk en die zijn vrouw nu al zo mist. Of de dochter, een heel jonge vrouw, waarvan de moeder, ook heel jong, dementie heeft. Ik vind het confronterend, omdat dat zomaar mijn leven zou kunnen zijn, met mijn dochter die voor mij moet zorgen. Ik wens dat mijn dochter en mezelf niet, maar weet dat hierin niets te kiezen is.

Kwetsbaarheid durven delen

Claire van Mierlo, een van onze psychologen, is gastspreker en ik interview haar. Zij weet veel van het onderwerp en de stamgasten luisteren geïnteresseerd. Bijvoorbeeld over de 10 signalen bij dementie en het niet-pluis-gevoel. Tussendoor worden er vragen gesteld, korte casussen voorgelegd en is er interactie. Bijzonder omdat er zoveel nieuwe mensen zijn, die zich kwetsbaar durven op te stellen, die hun verdriet laten zien. En die ook hun behoeften laten horen. Een veel terugkomende vraag is: waar is een gespreksgroep of ontmoetingsplek voor mantelzorgers.

Kracht putten uit gesprekken met lotgenoten

Zorgen voor iemand met dementie is zwaar, daar ben je nooit echt vrij van. Zeven dagen per week, 24 uur per dag. Met soms nauwelijks tijd om adem te halen. Een omgeving die vaak niet begrijpt hoe intensief het is. Dan is zo’n café met lotgenoten een plek om even op adem te komen. Door in gesprek te gaan met lotgenoten, kunnen mantelzorgers er kracht uit putten. Het geeft herkenning en het alleen voelen staan in de situatie kan minder alleen voelen.

Ik ben er trots op dat ZorgSpectrum in onze gemeenten actief is om ruimte te bieden aan het Alzheimer Café. Het voorziet ook echt in een behoefte en de grote vraag naar een lotgenotencontactgroep. In Nieuwegein is daar al een mooi voorbeeld van met Het Ontmoetingscentrum; onder andere een plek waar mantelzorgers gratis gebruik kunnen maken van lezingen rondom dementie en ouderenzorg, en ook van individuele of groepsgesprekken.

Het zou mooi zijn als in Houten, in samenwerking met de gemeente, welzijn en eventuele andere partijen, ook iets dergelijks opgezet kan worden. Wij leveren graag onze expertise, omdat wij goed zijn in de zorg voor mensen met dementie; in onze locaties, in onze netwerken en in de keten.

In het laatste ALZ, het magazine van Alzheimer Nederland, staan de volgende feiten en cijfers:

·        75.000 mensen bezoeken maandelijks dementie.nl voor informatie, hulp en ervaringsverhalen.

·        Iemand met dementie krijgt gemiddeld 20 uur mantelzorg per week

·        Er zijn 300.000 mantelzorgers van mensen met dementie

·        Mantelzorgers hebben een gemiddelde leeftijd van 65 jaar

·        70% van de mantelzorgers is vrouw

·        Ruim 54% van deze mantelzorgers is zwaar belast en 4% is zelfs overbelast

·        Uit onderzoek blijkt dat mantelzorgers korter leven.

Blogger: Paulien Geraerts

bloggers Paulien Geraerts

Voor kwetsbare ouderen is luisteren de beste zorg

Ze halen het nieuws. Er wordt veel over hen nagedacht en gesproken door de ministers. Ze vormen een maatschappelijke uitdaging en kennen een specifieke problematiek. Kwetsbare ouderen. Wat hebben zij écht nodig van ons?

In mijn dagelijks werk mag ik voor kwetsbare ouderen zorgen. Tijdens deze zorg krijg ik met allerlei complexe medische dillema’s te maken. Wat aan de andere kant ook veel uitdaging geeft om te regelen dat deze cliënten de beste zorg krijgen. Maar wat is ‘de beste zorg’? Een vraag die niet zo makkelijk te beantwoorden is.

Verschil tussen ziekenhuis en zorginstelling

Een voorbeeld waarmee ik vaak te maken heb: het verschil tussen artsen in het ziekenhuis en de benadering vanuit een zorginstelling voor ouderen.

Ziekenhuizen werken volgens richtlijnen. Deze worden opgesteld naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek. De zorg voor ouderen is niet in deze onderzoeken meegenomen. Met als gevolg dat hier ook geen richtlijnen voor zijn. Dit betekent dus dat het vaak niet bekend is hoe cliënten reageren na een operatie. Het is ook niet bekend welke alternatieven er zijn voor een operatie of behandeling. Er wordt nu aan gewerkt om hier meer inzicht in te krijgen.

Simpelweg de klacht verhelpen?

In het televisieprogramma De Monitor wordt op dit vraagstuk ingezoomd. De makers volgen een mevrouw die door een breuk in haar heup in het ziekenhuis terechtkomt. Zij heeft een medische geschiedenis achter zich vanwege een doorgemaakte hersenbloeding en borstkanker. Daarna is haar leven erg zwaar geworden en ze laat haar kinderen weten dat behandeling in het ziekenhuis voor haar niet meer hoeft. Mevrouw wordt toch aan haar heup geopereerd en haar gezondheidssituatie gaat daarna snel bergafwaarts.

Bert Keizer, specialist ouderengeneeskunde, deelt in het programma zijn kijk op vanuit zijn ervaring als arts. “Artsen in het ziekenhuis zijn meesters in het verhelpen van de klachten en zij weten als geen ander wat daarvoor nodig is. Maar zij kijken naar het gebroken dijbeen. En niet naar de breuk in het leven van deze mevrouw.”

Andere mindset bij ouderen

Bert Keizer pleit voor een heel andere mindset waar het om ouderen gaat. Het genezingsproces staat niet voorop, maar wat de klacht of aandoening betekent voor de persoon. De cliënt wil weten wat een diagnose betekent voor zijn of haar dagelijks leven. En wat de impact is van de diagnose en de gevolgen daarvan.

Bij ZorgSpectrum zal de specialist ouderengeneeskunde een cliënt op die manier informeren en begeleiden. Want binnen de verpleeghuiszorg staan de artsen en de zorgverleners meer stil bij de vraag: waar is deze vrouw in haar leven? Met wat voor persoon hebben wij te maken? Een vorm van aandacht die niet makkelijk te geven is aan een ziekenhuispatiënt. Als zorgteam doen wij wel die paar stappen terug en gaan we ‘boven de situatie hangen’ om te kijken wat er allemaal speelt.

Dit maakt het voor mij zo interessant om op een revalidatieafdeling te werken. Omdat we daar vanuit de zorg en begeleiding van de cliënten kijken naar het holistische beeld. Cliënten ondersteunen in het maken van keuzes, hen vertellen wat de gevolgen hiervan kunnen zijn, zodat ze goed overwogen kunnen kiezen.

Luisteren

Zo hadden wij op de afdeling de zorg voor Meneer Pieterse. Hij was in het verleden getroffen door een beroerte en recent had hij er weer een gekregen. Met als gevolg dat hij hulpbehoevend werd. Dit was voor hem ondraaglijk. Hij had de overwogen keus gemaakt om op deze manier niet verder te willen leven. Meneer wilde zijn medicatie niet meer innemen en hij ontzegde zichzelf van eten en drinken.

De arts en de zorgverleners hebben daarop veel gesprekken gevoerd met meneer en zijn kinderen. We hebben de keus van meneer gerespecteerd en hem de zorg gegeven die hij vroeg. Als cliënten een weloverwogen besluit nemen over hun leven, raakt mij dit altijd diep.

Het is van groot belang dat we als zorgverleners heel goed luisteren naar de cliënt. Zeker als de klachten erger worden. Misschien is luisteren de beste zorg die we op dat moment geven kunnen.

Blogger: Arianne Brouwerbloggers Arianne Brouwer

Robots in de zorg zijn dichterbij dan je denkt

Wat is de toekomst van robots in de zorg? Ruilen we het menselijk contact in voor een monotone computerstem en mechanische handen? De realiteit is waarschijnlijk niet zo extreem, maar eigenlijk vinden we robots al veel normaler dan dat we zelf denken. En er zijn heel mooie robots op de markt die veel ondersteuning kunnen bieden. Ik noem er een paar.

Bij robots denk je al snel aan mensachtige, metalen machines. Of in een meer thrillerachtige setting zijn het gewone mensen, maar komt er bij een snee of ongeluk ineens een verzameling van draadjes en complexe onderdelen tevoorschijn. Hoe dan ook, we denken aan een robot met twee armen, twee benen en een hoofd. Toch is de wereld van robots veel diverser. Neem bijvoorbeeld de stofzuiger of grasmaaier die zelf aan de slag gaat. Of robots in een autofabriek, elk ontworpen voor het uitvoeren van een specifieke taak. 

Geen valse verwachtingen

Het voordeel van een robotstofzuiger of robots in fabrieken is dat ze heel duidelijk voor één enkel doel ontworpen zijn. Daardoor creëren ze ook geen valse verwachtingen. Er is geen teleurstelling dat je stofzuiger niet ook een bakje koffie voor je haalt.

Nog beperkt inzetbaar

Binnen de zorg wordt er ook geëxperimenteerd met bepaalde type robots die er enigszins menselijk uitzien, doordat ze bijvoorbeeld bewegende ledematen hebben. Dat geeft de illusie dat ze van alles kunnen oppakken en vasthouden, maar ze zijn in deze handelingen nog erg beperkt. Ook wanneer ze praten, blijkt dat in praktijk veel programmeerwerk te kosten. Ze kunnen niet zomaar spontaan al je vragen beantwoorden. Daarmee is het lastig om ze praktisch in te zetten. Al staat de techniek natuurlijk niet stil en kunnen ze steeds meer.

foto robot blog jochem

Handig in zijn eenvoud

Bij andere zorgrobots is het ontwerp juist anders. Neem het bloempotje Tessa. Tessa kan helpen in de thuissituatie bij mensen met een beginnende vorm van dementie. Bijvoorbeeld door herinneringen te geven om wat te drinken of een boodschap te doen, of door suggesties te geven om een muziekje te luisteren. De makers van de Tessa hebben er doelbewust gekozen om het vorm te geven als pratend plantje. Door dat het geen handen of voeten heeft of überhaupt geen bewegende onderdelen, is er ook geen verwachting dat het plantje meer kan.

foto tessa blog jochem

De kracht van het onbekende

Op een andere manier hebben de makers van de robotzeehond Paro met dit aspect rekening gehouden. De Paro is bedoeld om op schoot te nemen en te knuffelen. Hij reageert zodra hij wordt aangeraakt of geaaid. De reden dat er voor een zeehond is gekozen, en niet bijvoorbeeld een kat, is omdat vrijwel niemand ooit een zeehond op schoot heeft gehad. Er zijn dus geen verwachtingen wat die zeehond allemaal wel of niet zou moeten doen, waardoor Paro veel gemakkelijker wordt geaccepteerd.

foto paro blog jochem

Kom je ook zien en ervaren?

Om te kunnen inschatten wat de mogelijkheden zijn van deze verschillende robotica-oplossingen is het fijn om ze zelf te ervaren. Van tijd tot tijd organiseer ik daarom demonstraties binnen ZorgSpectrum. Zo hebben we bijvoorbeeld een keer een demonstratie gehad van de robot Pepper. En niet zo lang geleden een leuke gecombineerde workshop met het bloempotje Tessa en de slimme rollator LEA.

Het doel van deze demonstraties is niet dat we er perse iets mee moeten gaan doen, maar om aangehaakt te blijven wat er ontwikkeld wordt en wat er allemaal mogelijk is. Toch zien we binnen ZorgSpectrum juist ook de meeste toepassingsmogelijkheden van robotica oplossingen. Sommige afdelingen gebruiken al de Tessa en de LEA.

Over x jaar

Ik verwacht dat robotica een steeds grotere rol gaat spelen in ons dagelijks leven, en dus ook in zorg. Misschien is het ook een belangrijk deel van de oplossing van problemen rondom de toenemende vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt. Tenslotte kan een robot ook nog iets extra’s brengen. Zo gaat ZorgSpectrum volgend jaar experimenteren met de slaaprobot Somnox. Een pindavormig kussen om tegen je aan te houden. Doordat het zachtjes op en neer gaat, imiteert het de ademhaling en kan het kussen mensen helpen om sneller en beter in slaap te vallen. Een mooi voorbeeld hoe robotica ook kan bijdragen aan eens stukje warme zorg.

Blogger: Jochem Ooijevaar

 

Hilversum 3 bestond nog niet

Wist je dat muziek heel belangrijk is voor je contact met bewoners en ook hun gedrag kan beïnvloeden? Ik heb het in de praktijk meegemaakt en handel er nu ook naar. Ik draai voortaan hun muziek. En dat brengt heel wat teweeg.

Het begint bij aanvang van de dagdienst. Er moet van alles gebeuren en dat kan het beste met muziek aan. Begrijpelijk, want het werk wordt zo een stuk leuker, ongemerkt tikt de tijd weg en voor je het weet is het koffietijd.

Maar niet elke muziekkeuze is geschikt voor mensen met dementie. De hedendaagse muziek van diverse radiostations is niet hun soort muziek. De leeftijd van onze bewoners is rond de 80 jaar en daarboven. Daaraan denkend, kun je je voorstellen dat zij opgegroeid zijn met heel andere liedjes dan wij. En daarbij speelt dan hun dementie een grote rol. Immers, in hun belevingswereld gaan zij terug naar de jaren van hun jeugd. Dan is het eenvoudig te bedenken dat onze muziek hen niets doet, behalve in het ergste geval: onrust oproepen.

Tango, rumba en wals

Met dit in gedachten, zit ik in de avonduren bij bewoner Pieter. Pieter heeft zijn hele leven gedanst. En dan niet zomaar dansen, nee, Pieter heeft aan stijldansen gedaan. Vele jaren samen met zijn vrouw. En toen dat niet meer ging, is het dansen gestopt. Maar, tot voor kort kon Pieter mij nog wel in een pirouette draaien. En, als Pieter een goede dag had, een paar passen leiden. Het moet wel gezegd worden, ik heb een klein beetje aan stijldansen gedaan, wat dan van pas komt.

Maar Pieter is de laatste tijd onrustig en ik weet niet goed waarom. Daarom besluit ik hem voor de televisie te zetten. Ik zet via YouTube het wereldkampioenschap stijldansen op. Pieter zit in de rolstoel voor de tv, ademloos te kijken naar de beelden. Ik herken de rumba. Ik pak zijn hand vast en dans voorzichtig met hem mee in de bewegingen van de dans. Pieter kan niet staan, maar hij voelt wat ik doe.

Ik kijk naar de televisie en doe met het danspaar mee, leg mijn arm om zijn schouders heen, laat hem voelen wat hij ziet. En dan gebeurt het: de tranen lopen over zijn wangen, hevig geëmotioneerd gaat Pieter in het dansen op, laat zijn gevoelens meespelen. En Pieter blijft vervolgens ongeveer twee uur rustig kijken en genieten.

Dansen in bed met Doenia

Als ik dan kijk naar Doenia, met haar eigen cultuur en helemaal in haar eigen wereld door Alzheimer, dan heb ik bij haar een andere uitdaging.

Hoe kan ik bij haar iets bereiken? Doenia spreekt onze taal niet, of ze die nog begrijpt, weet ik ook niet, maar ik wil wat proberen met haar. Ze ligt al op bed om te gaan slapen. Ik zoek iets op waarvan ik denk dat het de goede muziek is. Bij het horen van de eerste klanken kijkt ze mij aan. Haar ogen worden groter, er verschijnt een hele brede glimlach op haar gezicht en, geloof het of niet, haar heupen beginnen te bewegen, haar armen bewegen mee en ik kan het niet anders omschrijven: Doenia danst, liggend in bed. Deze vrouw, uit een andere cultuur, in haar eigen wereld, ver van ons vandaan, danst. Als zij nog zou kunnen staan, denk ik dat ze een prachtige vrouw is, die schitterend kan dansen.

Hilversum 3

Dit zijn twee kleine voorbeelden van wat je met muziek kunt doen. Wat je er mee kunt bereiken. Zowel Pieter als Doenia laten mij zien dat ze genieten, elk op hun eigen wijze van muziek. Ik ben tot tranen geroerd bij Pieter zijn beleving en door Doenia heb ik het kippenvel op mijn armen staan.

Wat betekent dat voor een volgende keer als ik ga werken? Ik ga nog beter kijken, luisteren en voelen wat ik doe, wat ik kan en wat belangrijk is voor Pieter, Doenia en de anderen. Ik heb invloed op hun gedrag, ik heb aandeel in hun onrust maar ook in hun rust.

Dat betekent dat ik mijn muziek uitzet, en soms helemaal geen muziek aan zet. Maar als ik die keus maak om muziek aan te zetten, dat het hun muziek moet zijn. Op die manier haal ik het beste uit hen, maar ook uit mezelf.

Blogger: Tinka Spijkerbloggers Tinka Spijker

Een strijd tot het bittere einde

Er zijn van die cliënten die je bijblijven. Omdat ze anders dan anders zijn. Omdat ze een bijzondere levensgeschiedenis hebben. Omdat je met je team intensief met hen bezig bent geweest om hen het comfort te geven dat ze verdienen. Omdat het niet altijd gaat zoals je zou willen. Dit is het verhaal van zo’n cliënte.

Mevrouw Gerritsen* is 75 jaar. Ze woont sinds twee jaar bij ons in het verpleeghuis. Een vriendelijke vrouw, die nooit iemand een vlieg kwaad doet. Ze heeft al enkele jaren dementie, wat geleidelijk aan voortschrijdt. Haar spraak wordt steeds simpeler, ze herkent minder mensen. Activiteiten ondernemen wordt steeds moeilijker, ze begrijpt het niet meer.

Ze trekt zich langzaamaan terug in haar eigen wereld. Een wereld waar veel oud zeer zit, dat er nu uit lijkt te komen. Ze kan fel reageren op aanrakingen als ze niet goed in haar vel zit. Soms pakt ze in haar boosheid je hand beet. Alsof ze wil zeggen: help me dan, doe er iets aan! Het is gokken wat er in dat koppie omgaat, ze kan het niet meer zeggen.

Iedereen denkt mee

Vele partijen denken mee: wat zou de oorzaak kunnen zijn, en hoe kunnen we mevrouw Gerritsen het beste helpen om haar weer inwendige rust te geven?

Als arts doe ik lichamelijk onderzoek en een bloedtest. Ze krijgt pijnstillers in verband met een vermoede kniepijn, en een katheter, omdat ze niet goed kan plassen. Met het zorgteam raadpleeg ik de familie. Die brengt meer persoonlijke spullen mee om het als ‘thuis van vroeger’ te laten aanvoelen. De psycholoog bekijkt met de zorg hoe mevrouw Gerritsen het beste benaderd kan worden. Klassieke muziek blijkt positief te werken. De ergotherapeut kijkt mee naar de ochtendzorg en haar houding, en adviseert aangepaste kleding.

 Helaas van korte duur

Maar al met al helpen al deze maatregelen slechts kortdurend, de onrust komt weer opzetten. Opnieuw wordt er gekeken, en ook in het ziekenhuis kan men geen oorzaak vinden. Mevrouw weert steeds vaker af tijdens de zorg en maaltijden, en deelt ook wel eens een ongerichte klap uit aan het personeel, die vaak onverwacht lijkt te komen. De klappen komen steeds frequenter voor. De medebewoners worden wat bang van mevrouw Gerritsen, en eenmaal escaleert het zo heftig, dat de crisisdienst wordt ingeschakeld.

Onderzoek door psychiater

Mevrouw Gerritsen wordt tijdelijk opgenomen voor een time-out en onderzoek door de psychiater. Ze komt met extra medicatie terug. Ook dit helpt even, maar toch begint de onrust zich weer verder op te stapelen. Ze krijgt meer last van loopdrang, haar dag-nachtritme raakt omgekeerd en de verschoningsmomenten lopen allerminst gemakkelijk.

We vragen het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) om advies. Een externe psycholoog kijkt met een frisse blik mee. Er wordt via hen een subsidie geregeld voor extra personeel.

Een aantal maanden is de zorg redelijk te doen met veel 1-op-1-begeleiding, een vaste dagstructuur en vooral ook zoveel mogelijk bekend personeel, aangezien zij snel kunnen ‘aflezen’ of mevrouw in een goede bui is, of de onrustige kant op gaat.

Ondanks de enorme inzet

Maar ondanks deze enorme inzet neemt de agitatie toch toe naarmate haar dementie verder achteruitgaat. De grip is regelmatig kwijt, en naast mevrouw Gerritsen zelf lijden ook haar medebewoners, de familie en zorgverleners hierin mee. Zo wil je niet dat iemand in z’n laatste levensfase is.

Regelmatig wordt de vraag gesteld: wat kunnen we hier nog aan doen? Vraagtekens zijn vaak de eerste reactie. Moet er een nieuwe ‘time-out’ komen op een afdeling elders? Welk effect zal wijzigen van de vertrouwde omgeving op mevrouw hebben? Kan familie daar regelmatig op bezoek komen? Daarbij wordt ook de vraag gesteld: hoe zal het leven na een tijdelijke interventie-afdeling eruitzien voor deze mevrouw? Hopelijk minder agressief, maar wel nog steeds lijdend aan dementie. Mogelijk zal ze nóg meer medicatie krijgen en zal ze ook meer bijwerkingen ervaren. Is dat nog acceptabel?

De dood onmiskenbaar dichtbij

Mevrouw zelf geeft al snel antwoord. Niet in woorden, maar met haar lichaam: door de vorderende dementie weet ze vaak niet meer wat ze met eten en drinken aan moet. Als ze honger heeft, eet en drinkt ze graag. Maar als ze in een agressieve bui is, gooit ze de drinkbeker vaak weg en verkruimelt ze het brood. Deze laatste situatie komt inmiddels vaak voor, en mevrouw Gerritsen vermagert zienderogen. Ze heeft niet lang meer te leven, de dood is onmiskenbaar nabij.

We besluiten met de familie dat ze de dood slapend mag afwachten, palliatieve sedatie wordt gestart. Na een week is het einde dan daar, ze overlijdt, met een glimlach op haar gezicht. Ze is klaar met strijden in een afgemat lichaam. Ze heeft haar rust gevonden. De familie heeft er vrede mee, evenals de zorg en behandelaren.

Heftige tijd van zoeken

Terugkijkend is het een heftige tijd geweest, waarin het continue zoeken bleef wat mevrouw op dat moment nodig had om zich rustig te voelen.

Wat me bijblijft, is het samenwerken, het snel kunnen schakelen met de diverse mensen die ik op dat moment nodig had. En die grote portie geduld en incasseringsvermogen van het zorgteam.

Maar samen hebben we voor mevrouw Gerritsen kunnen zorgen, samen hebben we haar lijden zo licht mogelijk geprobeerd te maken. En ondanks dat de dementie ons telkens weer inhaalde, hebben we wel steeds succesjes geboekt. En daar mogen we met elkaar trots op zijn. Collega’s, bedankt!

*mevrouw Gerritsen is een gefingeerde naam

Blogger: Geerte van der Poel

Waarom ik na 25 jaar weer ga studeren

Ik werk al jaren op de dagbehandeling met heel veel plezier. En toch stap ik nu de volgende periode in. Op mijn ‘oude' leeftijd ga ik de opleiding verpleegkundige niveau 4 volgen. Ik wil dit graag gaan doen om mij in de toekomst te specialiseren in de ziekte van Parkinson of casemanagement. Zo kan ik nog meer betekenen voor de mensen die de specialistische zorg nodig hebben. Het zal aanpoten worden. Ik heb immers al meer dan 25 jaar niet echt meer in de schoolbanken gezeten maar ga vol goede moed de uitdaging aan.

Hoe kom ik tot deze keuze? Ik zal het proberen uit te leggen door mijn werkhistorie te vertellen.

Ik heb op verschillende afdelingen van allerlei verzorgings- en verpleeghuizen gewerkt, het meest in de somatische zorg. Een enorm leuke tijd gehad, vooral toen ik vijf jaar in een jong team werkte en waar we buiten de afdeling om ook leuke activiteiten hadden (lees: vooral op stap gaan).

Het was hard werken, maar hadden door de leuke onderlinge sfeer een geweldige tijd. Het scheelde ook dat er toen veel minder administratieve werkzaamheden waren, waardoor je vooral bezig kon zijn met de zorg voor de bewoners.

Grote zalen en gekkigheid

Ik spreek nu over een jaar of 20 geleden. De zalen waren groot, er sliepen 4, 5 of 6 mensen op een kamer. De huiskamer moest ook gedeeld worden en vrijwilligers waren er nog niet. Hierdoor waren de mensen erg afhankelijk van de medewerkers. Maar je kreeg zo ook een goede band. Door die binding haalden we ook nog wel eens samen met hen gekkigheid uit. Zo hebben we een keer ons afdelingshoofd bekogeld met sneeuwballen die we gemaakt en verstopt hadden bij een dame in een rolstoel die het zo lekker leek om eens in de sneeuw te rijden.

Toen werd het minder makkelijk voor ons. En daar bedoel ik de verzorgenden mee. Er kwam steeds meer regels en administratieve zaken bij. We moesten bijvoorbeeld zorgtijd gaan registreren, hoeveel incontinentiemateriaal we gebruikten, vergaderingen en teamoverleggen houden, zorgplannen maken, bestellingen doen en ga zo maar door. Hierdoor kreeg je als verzorgende steeds minder tijd voor ‘jouw’ bewoners.

Ik merkte dat ik steeds meer ging roepen, ik kom er zo aan! Ik ben even bezig, maar ben er zo, nog 5 minuutjes! Ik merkte dat die tijdsdruk en het niet voldoende aandacht aan de mensen kon schenken, mij dwars ging zitten. Ook was ik sowieso toe aan wat anders.

Gouden greep

Toen zag ik een vacature voor een nieuw op te zetten somatische dagbehandeling. Ondanks dat ik nog geen ervaring had op dat gebied, wilde ik het wel proberen.

Het bleek de gouden greep. Hier kon ik mijn ei in kwijt. Meer tijd en aandacht voor de mensen. Als het voor mensen bijvoorbeeld te zwaar wordt om zichzelf te verzorgen kan ik overleggen met de collega’s van thuiszorg of een casemanager om meer zorg in te zetten. Ook heb ik mij kunnen specialiseren in de zorg voor Parkinson-cliënten. Een ziektebeeld waar veel meer bij komt kijken dan het eerste idee dat de meeste mensen hebben.

Het persoonlijk contact is voor mij belangrijk. Dat ze blij zijn dat zij een dag bij ons zijn en tevreden naar huis gaan het eind van de dag. Voor mij was het de juiste baan op de juiste plek.

Waarom toch die opleiding

En toch neem ik de grote stap om de opleiding verpleegkunde te gaan volgen. Ik zou graag nog meer willen betekenen voor de individuele cliënt door een specialisatie in Parkinsonverpleegkunde of casemanagement. Weer terug de zorg in, waar er in deze tijd meer gekeken wordt naar de individuele cliënt en wat hun wensen en behoeften zijn. Zij hebben de regie.

Dit is immers waarom ik het zo'n fijn vak vind. Maar nu weer in een andere setting. Het is belangrijk om je te blijven ontwikkelen. Vol goede moed ga ik deze nieuwe uitdaging aan.

Blogger: Dees Potters

bloggers Desiree Potters

footer boog