Enige tijd geleden kwam ik in contact met het echtpaar Van der Poel.
Ze zijn beide achter in de tachtig, wonen zelfstandig en staan al een
poosje op de wachtlijst voor het woonzorgcentrum.
Zij is dementerend en bezoekt de dagbehandeling, hij probeert het
huishouden te voeren, zoals zijn vrouw dat altijd deed. Ze krijgen een
echtpaarappartement aangeboden in het woonzorgcentrum, maar
meneer Van der Poel weigert. Het is niet duidelijk waarom hij weigert.
Dus ga ik als zorgbemiddelaar op bezoek.
Al snel na binnenkomst blijkt dat meneer Van der Poel een verhuizing
niet kan overzien. Hij heeft geen familie, behalve een zus van 90 jaar
en weet zich met de situatie geen raad.
Hij beseft dat hij afscheid moet nemen van wat is geweest en heeft
ook veel verdriet over de situatie van zijn vrouw. Zij is nooit één dag
ziek geweest en is, nog steeds, altijd vrolijk. Hoezeer zij ook in haar
eigen wereld leeft, ze heeft direct door dat haar man verdrietig is. Zij
probeert haar man met haar vrolijkheid te troosten en op te beuren.
Tenslotte wil hij wel verhuizen, maar weet niet hoe. Hij is heel
verdrietig en huilt die middag veel. Met vrijwilligers van verschillende
organisaties gaan we de volgende dagen opruimen, uitzoeken,
inpakken en verhuizen.
Meneer Van der Poel knapt op van alle hulp, zijn ogen schitteren weer
en zijn humor is aanstekelijk. Ook zij is vrolijk en positief, zij ziet het
als een nieuwe start en heeft er zin in.